NSF fascinerende fabrieksverhalen

Geplaatst op di 20 oktober 2020 in Geschiedenis • bijgewerkt op do 29 juli 2021 • 5 min leestijd    

We praten over honderd jaar geleden. De eerste wereldoorlog heeft Europa opengescheurd. Het nieuws vanuit de wereld lezen we in de krant en horen we op de draadomroep. Radio aan een draadje. Een bakelieten luidspreker en een draaiknop aan de muur. We hoefden niet meer naar de cineac om de stemmen te horen van hen die in de wereld de dienst uitmaakten. Maar ondertussen stond er een revolutionaire ontwikkeling te trappelen om de huiskamer te veroveren. En die kwam uit Hilversum: Een gloednieuwe Seintoestellenfabriek werd gebouwd aan de Jan van der Heijdenstraat. Op 10 oktober 1920 ging de eerste schop in de grond.

Seintoestellen?

Voor de draadloze communicatie door middel van seintoestellen aan boord van schepen verenigde een aantal reders zich in de Nederlandsche Telegraaf-Maatschappij Radio-Holland. Deze kersverse techniek maakte communicatie van de wal naar het schip mogelijk. Voor de levering van de apparatuur was Radio-Holland echter afhankelijk van het buitenland. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog besloot de organisatie daarom tot de oprichting van de NSF, die de apparatuur in Nederland moest fabriceren zodat levering gegarandeerd was.

Nu, 100 jaar later, blikken we terug op de bijzondere geschiedenis van de Nederlandse Seintoestellenfabriek (NSF) in Hilversum. In juni 1921 werd het terrein eindelijk betrokken, aanleiding om in juni 2021 een tentoonstelling over de NSF te maken. Deze tentoonstelling bestaat uit historisch materiaal van de Collectie Hilversum en de persoonlijke verhalen van oud-medewerkers. We willen daarmee de fysieke geschiedenis van de fabriek digitaal weer tot leven brengen.

Historica Wendelijn van der Leest interviewde dhr. Mooiweer (97 jaar) over zijn ervaringen bij de NSF.

Theo Mooiweer
Theo Mooiweer (foto: W. van der Leest)

In de vroege ochtend van 16 april 1940 staat de 16 jarige Hilversumse Theo Mooiweer op het punt zijn werkzame leven te beginnen. Met zijn tas onder zijn arm geklemd, een beetje gespannen, neemt hij de laatste paar passen. Zo wandelt hij onder de poort van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek door, zijn carrière (44 jaar lang) als NSF’er tegemoet.

Bij het aantreden van dhr. Mooiweer was de Nederlandse Seintoestellen Fabriek al een begrip in Hilversum. De NSF had in 1940 bijna 2.000 mensen in dienst en was daarmee een belangrijke werkgever in het dorp. De NSF zorgde goed voor haar medewerkers, onder andere door de goede scholing en sociale ondersteuning. Vrijwel iedereen in Hilversum kende wel iemand die bij de NSF werkte: van elektricien tot installateur, van controleur tot ingenieur. En veelal traden de kinderen van NSF’ers later ook weer in dienst bij de NSF (of het latere PTI/Philips). Zo ontstond een (trotse) NSF familie.

De 'iconische' poort
De ‘iconische’ poort (foto: Collectie Hilversum)

Voorgeschiedenis

Het terrein aan de Jan van der Heijdenstraat was al aangekocht, maar nog niet gereed. De NSF startte dan ook op de Groest 106-108. Op 10 oktober 1920 kon eindelijk begonnen worden aan de bouw van een enorm bedrijfsterrein aan de Jan van der Heijdenstraat. In 1923 begonnen daar de eerste Hilversumse experimenten met radio-uitzendingen.

De NSF bestond dus al 22 jaar en zat al 20 jaar op de Jan van der Heijdenstraat, toen dhr. Mooiweer in 1940 voor het eerst onder de poort doorliep. “Dat was een eer”, vertelt dhr. Mooiweer terugblikkend, “want de NSF was toen echt een begrip inderdaad. Ik verdiende een dubbeltje per uur en werkte 48 uur per week. En weet je? Nog altijd ontvang ik een stukje pensioen uit die NSF tijd.”

Groest 106-108 (foto: Collectie Hilversum)
Groest 106-108 (foto: Collectie Hilversum)

Starten bij de NSF

“In tegenstelling tot veel andere jongens had ik geen vader die al bij de NSF werkte. Dat ik bij de NSF terecht kwam verliep best bijzonder. Ik was bijna klaar met de ambachtsschool waar ik was opgeleid tot elektricien, toen ik er samen met vier andere jongens uit werd gepikt op school. Na ons slagen konden we een toelatingstest doen voor de NSF ambachtsschool (later de Anton Philipsschool). Dat was wat! De test was in Santbergen achter het spoor [nu theater Santbergen], dat herinner ik mij nog goed, en ik slaagde!

Iedereen die met zijn handen werkte, begon eerst een jaar in de Gereedschapmakerij. Die was gevestigd in de grote, centrale hal en we waren hier met velen aan het werk. Bovenlangs liepen galerijen waar de kantoren gelegen waren. Ik herinner me nog dat directeur Gieskens vanuit zijn kantoor uit kon kijken op ‘onze’ hal. Een echte directeur. Iedereen die hier begon moest een schuifmaat kopen, deze kostte tien gulden. Een heel bedrag als je bedenkt dat ik 10 cent per uur verdiende. Ook kregen we bij aantreden allemaal onze persoonlijke penningen. Dit waren penningen met ons personeelsnummer erin.”

Personeelspenning
Personeelspenning (foto: Collectie Hilversum)

NSF en WOII

“De oorlog begon vlak nadat ik was gestart bij de NSF. De NSF werd meteen ingenomen door de Duitsers; met name om haar strategisch belang als vervaardiger van radio’s en communicatiemiddelen. De NSF moest onder andere stoorzenders produceren voor de Duitsers, zodat ze Radio Oranje konden storen. Als er zo’n stoorzender klaar stond voor verzending, werden onderling seintjes geven, zodat we stiekem wat draden konden doorknippen. Op mijn afdeling hadden we altijd wel een tang voor handen. Sabotage ja. Maar daar dacht je niet over na, dat deed je gewoon. Ook met de grote Februaristaking hebben we allemaal ons werk neergelegd en zijn de straat opgegaan. Ondanks dat we in Duitse handen waren.

Uiteindelijk werd ik in 1943 in een fabriek in Duitsland tewerkgesteld. Ik was toen 18 jaar. We werden weggevoerd van station Hilversum en wisten niet waar we heen gingen. Indrukwekkende jaren volgden. Toen ik na de bevrijding van Duitsland op 4 juni 1945 na vele omzwervingen weer in Hilversum aankwam, ben ik vrijwel direct doorgegaan naar de NSF: meehelpen aan de wederopbouw. ‘Hé, ben je er weer’ werd er gezegd. Van ’45 tot ’48 zijn we met de wederopbouw bezig geweest. Werkelijk alles was leeggeroofd. De hele fabriek leeg, er was niets meer. Hoe we weer aan spullen kwamen weet ik niet meer, maar het lukte. Dit is de periode bij de NSF waarop ik het meest trots ben.”

Van NSF naar PTI/Philips

Vanaf 1948 ging NSF door onder de naam PTI [Philips Telecommunicatie Industrie].”Voor de beleving van de medewerkers binnen van het bedrijf maakte dat weinig uit. Ik kreeg een ander personeelsnummer, maar een groot verschil was het niet.” vertelt dhr. Mooiweer.

De PTI werd in Hilversum nog geruime tijd NSF genoemd. De bedrijven matchen elkaars bedrijfs-DNA, alleen kwam er iets vaker iemand ‘uit Eindhoven’ langs.

Terugblikkend is de NSF erg belangrijk geweest voor Hilversum. Haar nalatenschap strekt verder dan haar rol in de ontwikkeling tot mediastad, zij heeft sterk bijgedragen aan de ontwikkeling van de stad. En op individueel niveau zorgde ze voor een gevoel van verbondenheid. Nog altijd bestaan er personeelsverenigingen van de NSF/PTI. Samen bridgen, biljarten of zingen, het kan nog altijd. En zo blijft het familiegevoel bestaan.

Eind twintigste eeuw verhuisde Philips de laatste bedrijfsonderdelen van de Jan van der Heijdenstraat. Uiteindelijk werd het bedrijfsterrein helemaal gesloopt en werd er overgegaan tot de bouw van woonwijk en winkelcentrum Seinhorst.

Plaquette bij Seinhorst
Plaquette bij Seinhorst (foto: Collectie Hilversum)

Lees meer over NSF Hilversum WOII