Zonnestraal: De geschiedenis van de ‘longen van Hilversum’

Geplaatst op di 07 september 2021 in Geschiedenis • 3 min leestijd    

Herstellingsoord Zonnestraal

Begin 20ste eeuw waren arbeiders ten dode opgeschreven als ze tuberculose kregen. Maar gelukkig was daar de inventieve vakbonsdleider Ome Jan die Zonnestraal stichtte in Hilversum. Zonnestraal werd een herstellingsoord voor tbc-patiënten uit heel Nederland en een ‘monument van licht en lucht’.

Zonnestraal
Zonnestraal

Eind negentiende eeuw trokken veel mensen van het platteland als gevolg van de industriële revolutie. In de stad waren fabrieken en daar was werk. Maar er waren niet direct huizen dus ontstond er een nieuw soort woningbouw: revolutiewoningbouw, met kleine huizen voor grote gezinnen en slechte hygiënische omstandigheden als gevolg. Hierdoor kregen besmettelijke ziekten zoals tuberculose (TBC) vrij spel.

Ten dode opgeschreven

In Hilversum was er in die tijd een levendige diamantindustrie en ook daar kwam TBC veel voor door diamantstof die werd ingeademd bij de werkzaamheden. Gelukkig was er een vakbond voor diamantbewerkers met twee sociaal betrokken mannen aan het roer: Henri Polak en Jan van Zutphen die in de volksmond ome Jan werd genoemd. Ome Jan vond het een schande dat arbeiders met tbc ten dode opgeschreven werden terwijl zij met geld gewoon genezen konden worden in een hersteloord. Zelf had hij zijn moeder, zus en eerste vrouw aan ‘de witte dood’ verloren en hij merkte dat de vraag naar medische hulp groot was onder de arbeiders.

Sanatorium Zonnestraal

Ome Jan besloot daarom geld in te zamelen voor deze arbeiders. Dat deed hij door de koperen stelen die als restproduct overbleven in het diamantbewerkingsproces in te zamelen en te verkopen. Hij richtte daarvoor in 1905 de Stichting Diamantbewerkers Koperen Stelen Fonds (KSF) op. In eerste instantie gebruikte hij het geld om zieke arbeiders naar bestaande hersteloorden te sturen, maar al snel besloot men om een eigen sanatorium te bouwen dat speciaal ingericht was voor tbc-patiënten. Dit zou Zonnestraal worden.

‘Monument van licht en lucht’

In 1919 kocht de KSF landgoed de Pampahoeve ten zuiden van Hilversum tussen bos en heide waar de lucht schoon was. Ze gaven het de naam Zonnestraal, naar de Antwerpse tegenhanger van de KSF. Het ontwerp is van Duiker en Bijvoet. De twee ingenieurs werkten volgens de architectuurstroming het ‘Nieuwe Bouwen’ en kregen later hulp van Jan Gerko Wiebenga om hun ontwerp te realiseren. Kenmerkend voor die stroming was het streven naar ‘licht en lucht’. En dat zie je mooi terug aan de hoeveelheid glas in het ontwerp. Ook sloot het perfect aan bij de behandeling van tbc waarvoor frisse lucht belangrijk was. Vanuit de kamers kon het bed op het balkon worden gereden zodat de patiënt in de open lucht en in de zon lag. Zo werd Zonnestraal de ‘longen van Hilversum’.

Arbeid als medicijn

Het hoofdgebouw van Zonnestraal ging uiteindelijk op 12 juni 1928 open. Bijzonder aan Zonnestraal was dat het patiënten opnam patiënten ongeacht hun afkomst en politieke- of religieuze overtuiging en uit heel Nederland. Dat was in de jaren van de verzuiling uniek. De genezing binnen het complex werd aangevuld met verdere genezing en voorbereiding op de terugkeer naar de maatschappij met bezigheden in het omringende landschap: Arbeid op het land als medicijn. Zonnestraal bleef tot media jaren ’50 in gebruik als herstellingsoord.

Monument

Inmiddels heeft het complex de status van rijksmonument en wordt het internationaal beschouwd als één van de hoogtepunten van de architectuur van de twintigste eeuw. Tegenwoordig fungeert het complex als bedrijventerrein met onder andere vergaderruimtes en een brasserie. Nieuwsgierig geworden?

Oorspronkelijk artikel